De link in het stuk "Mineraal van de Maand: Granaat" in de nieuwsbrief van januari verwijst incorrect naar deze pagina. Klik hier voor het artikel Mineraal van de Maand: Granaat.
Deze maand hebben wij gekozen voor de sponzen van Cap Blanc Nez. In de taxonomie plaatsen we de sponzen in het dierenrijk, in de stam Porifera. Op dit moment zijn wij met een aantal leden van onze werkgroep Paleontologie bezig met het prepareren van deze sponzen, wat een vrij tijdrovend werk is. De sponzen komen voor in de vaste rotsen welke gevormd werden in het Cenomaan (Midden Krijt) ongeveer 100 miljoen jaar geleden. Op de stranden bij Blanc Nez komen de uitgespoelde sponzen massaal voor. Ze vallen direct op vanwege de grijze kalkachtige kleur en structuur. Ze worden namelijk gevonden tussen de enorme hoeveelheden “rolstenen” welke voor het overgrote deel bestaan uit vuursteen dat veel donkerder is.
De afmetingen variëren sterk van enkele centimeters tot wel 20 centimeter. Een enkele keer komen de sponzen ook in vuursteen voor of vinden we ze in gepyritiseerde vorm. Moderne natuursponzen kennen we natuurlijk als hulp in de badkamer voor het reinigen van lijf en leden. Deze zijn in feite niets anders dan gebleekte en gedroogde geraamten van sponsdieren. De sponsen van Blanc Nez lenen zich daar niet voor. Om ze enigszins op een spons te laten lijken ben je uren bezig met boormachientjes en ander gereedschap. De resultaten zijn over het algemeen heel aardig (zie afb. 2).
De sponzen die we vinden behoren tot de soorten:
- Ventriculites radiatus
- Exanthesis (Polocoscyphia) labrosus
- Exanthesis meandrina
Zoals al genoemd bezitten de sponzen een aantal verschillende cellen. Zo bezitten ze aan de binnenzijde van de buis kraagcellen, deze zijn verantwoordelijk voor het verteren van het voedsel. Door gebruik te maken van zweephaartjes brengen zij een binnenwaartse stroming op gang. Dit binnenstromen van water is mogelijk dankzij de buisvormige sluitcellen. Dekcellen vormen aan de buitenzijde gezamenlijk de huid. De sponsdieren kennen drie lichaamsvormen; bekersponzen, geweisponzen en korstsponzen. Sponsdieren kunnen we bezien als een kolonie van cellen en niet als individu. Als we een levende spons uit elkaar halen, bijvoorbeeld in een mixer, zullen de cellen daarna weer bij elkaar komen en weer een spons vormen. De voortplanting bij sponsdieren kan zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk zijn. Zo heeft elke cel de mogelijkheid uit te groeien tot nieuwe spons. Meestal zijn sponsdieren hermafrodiet of afwisselend mannelijk en vrouwelijk.
Ook in ons land komen sponzen voor en wel hoofdzakelijk in de Oosterschelde. De fossiele sponzen die we kennen van Cap Blanc Nez worden ook wel dichter bij huis gevonden; in grind uit de Rijn, zowel in vuursteen als verweerde kalksteen. De sponzen behoren tot de oudst bekende dieren. Al in het Precambrium (600 milj. Jaar geleden) kwamen zij voor, het zijn dus echte volhouders.
Gebruikte literatuur
Geheimschrift der aarde - Prof. Dr. I.M. van der Vlerk en Dr. PH. H. Kuenen.Wikipedia vrije encyclopedie